Wat is een realistisch maandbudget voor een gezin met 3 of meer kinderen?

Wat is een realistisch maandbudget voor een gezin met drie, vier of misschien wel vijf kinderen? Het klinkt als een eenvoudige vraag, maar het antwoord is een stuk ingewikkelder. Het ene gezin heeft lage woonlasten, terwijl een ander gezin een hoge hypotheek en twee auto’s betaalt. Ook de leeftijden van de kinderen maken verschil. Toch is het prettig om te weten hoe je een realistisch maandbudget opbouwt en welke uitgaven je daarin moet meenemen.
Geef je veel uit? Is je boodschappenbudget realistisch? Reserveer je genoeg voor kleding en onverwachte uitgaven? En hoeveel zou je eigenlijk iedere maand over moeten houden?
Het Nibud verzamelt veel gegevens over de inkomsten en uitgaven van Nederlandse huishoudens. Daarbij wordt niet gewerkt met één standaardbedrag dat ieder gezin per maand zou moeten uitgeven. Dat zou ook niet realistisch zijn. Wat een huishouden nodig heeft, hangt onder andere af van het inkomen, de grootte en samenstelling van het gezin, de leeftijden van gezinsleden, de woning en bijvoorbeeld het hebben van een auto.
Je kunt dus niet zeggen dat ieder gezin met drie kinderen met precies hetzelfde maandbedrag zou moeten kunnen rondkomen.
Wat je wél kunt doen, is kijken uit welke onderdelen een realistisch maandbudget bestaat en vervolgens bepalen wat voor jouw gezin een haalbaar bedrag is.
En juist bij een groot gezin is dat belangrijk.

Kort antwoord: wat is een realistisch maandbudget voor een gezin met drie kinderen?

Er is geen vast maandbedrag dat voor ieder gezin met drie, vier of vijf kinderen realistisch is. Je woonlasten, de leeftijd van je kinderen, vervoer en dagelijkse uitgaven bepalen hoeveel geld je nodig hebt.
Een compleet gezinsbudget bestaat uit vier onderdelen:

  • Vaste lasten: zoals huur of hypotheek, energie en verzekeringen.
  • Dagelijkse uitgaven: zoals boodschappen, vervoer en persoonlijke verzorging.
  • Reserveringen: voor bijvoorbeeld kleding, schoolkosten, onderhoud en vakantie.
  • Sparen en buffer: voor financiële tegenvallers en doelen op langere termijn.

In het fictieve rekenvoorbeeld verderop in dit artikel komt het totaal uit op €4.250 per maand. Dat is nadrukkelijk geen officiële Nibud-norm, maar een voorbeeld van hoe verschillende uitgaven bij elkaar optellen.
Wil je weten welk maandbudget bij jouw gezin past? Begin dan met je werkelijke inkomsten en uitgaven en vergelijk die met de kosten die je nog moet reserveren.

Wat bedoelen we eigenlijk met een maandbudget?

Als iemand zegt: “Wij hebben een maandbudget van €1.500”, weet je eigenlijk nog steeds niet zoveel.
Bedoelt diegene daarmee alleen boodschappen, kleding en leuke dingen?
Of moeten daar ook de hypotheek, energie, verzekeringen en auto van worden betaald?
Wanneer we kijken naar een compleet gezinsbudget, moeten we daarom alle inkomsten en uitgaven meenemen.
Denk aan:

  • huur of hypotheek;
  • gas en elektriciteit;
  • water;
  • verzekeringen;
  • internet en telefoon;
  • vervoer;
  • boodschappen;
  • kleding en schoenen;
  • persoonlijke verzorging;
  • kosten voor de kinderen;
  • sport en hobby’s;
  • abonnementen;
  • vakanties;
  • cadeaus;
  • onderhoud en vervanging van spullen;
  • sparen en reserveringen.

Pas wanneer je al die bedragen bij elkaar zet, krijg je een eerlijk beeld van wat je gezin daadwerkelijk nodig heeft.
Het Nibud gebruikt hiervoor onder andere voorbeeldbegrotingen. In het Budgethandboek staan zogenoemde minimumvoorbeeldbegrotingen. Deze geven een indicatie van bedragen die huishoudens minimaal voor verschillende uitgavenposten moeten kunnen uittrekken.
Dat woord minimaal is belangrijk.
Het betekent niet dat je te veel uitgeeft wanneer jouw werkelijke kosten hoger liggen. Het betekent ook niet dat zo’n minimumbegroting automatisch prettig of gemakkelijk is om van te leven.
Het is vooral een uitgangspunt om te beoordelen wat een huishouden nodig heeft.

Wat is een realistisch maandbudget voor een gezin met drie kinderen?

Stel dat we twee gezinnen naast elkaar zetten.
Beide gezinnen bestaan uit twee ouders en drie kinderen.
Op papier lijken ze hetzelfde.
Maar gezin A woont in een huurwoning, heeft geen auto en de kinderen zijn 2, 5 en 7 jaar oud.
Gezin B woont in een koopwoning, heeft twee auto’s en de kinderen zijn 12, 15 en 17 jaar oud.
Het zou vreemd zijn om tegen beide gezinnen te zeggen:
“Jullie maandbudget moet €3.000 zijn.”
Alleen al de kosten voor voeding, vervoer, kleding en wonen kunnen enorm verschillen.
Daarom kijkt het Nibud bij referentie-uitgaven naar verschillende kenmerken van een huishouden. Onder andere de grootte van het gezin, het inkomen, de leeftijden van gezinsleden, de woning en de auto kunnen invloed hebben op de uitgaven.
Een bedrag dat voor het ene gezin ruim voldoende is, kan voor het andere gezin onmogelijk zijn.

Begin daarom niet met de vraag: wat geeft een ander gezin uit?

Vergelijken is verleidelijk.
Ik vind het zelf ook interessant om te lezen wat andere grote gezinnen uitgeven aan boodschappen of hoeveel ze iedere maand sparen.
Maar daar zit ook een gevaar in.
Stel dat je leest dat een gezin met vier kinderen €700 per maand aan boodschappen uitgeeft.
Misschien denk je dan:
Wij geven €950 uit. Dan doen wij blijkbaar iets verkeerd.
Maar misschien heeft dat andere gezin vier jonge kinderen en heb jij drie pubers en een kind van tien.
Misschien eten zij bijna altijd thuis, kopen ze nauwelijks verzorgingsproducten bij de supermarkt en krijgen ze regelmatig eten van familie.
Misschien zitten bij jouw €950 ook shampoo, wasmiddel, schoonmaakmiddelen, luiers en drogisterijproducten.
Dan vergelijk je twee bedragen die eigenlijk helemaal niet vergelijkbaar zijn.
Gebruik bedragen van anderen daarom als referentie, niet als oordeel.

Wat kosten boodschappen voor een groot gezin?

Dit is waarschijnlijk een van de posten waar grote gezinnen het verschil het duidelijkst merken.
Een extra persoon in huis betekent niet dat alle kosten evenredig stijgen. Je internetabonnement wordt bijvoorbeeld niet ineens duurder omdat er een vierde kind bij komt.
Bij eten ligt dat anders.
Meer mensen betekent simpelweg meer eten.
En wanneer kinderen ouder worden, merk je dat helemaal.
Een peuter eet natuurlijk niet hetzelfde als een puber.
Volgens informatie van het Nibud kan samen eten per persoon goedkoper zijn dan wanneer je alleen woont. Dat komt doordat je bepaalde producten efficiënter kunt gebruiken en grotere verpakkingen kunt kopen.
Dat voordeel betekent alleen niet dat boodschappen voor een groot gezin goedkoop zijn.
Vijf of zes mensen moeten nog steeds iedere dag ontbijten, lunchen en avondeten.
En dan hebben we het nog niet over fruit, tussendoortjes, drinken en alles wat kinderen na school ineens uit de kast weten te vinden.
Daar komen vaak nog huishoudelijke boodschappen bij, zoals:

  • toiletpapier;
  • wasmiddel;
  • vaatwastabletten;
  • schoonmaakmiddelen;
  • shampoo;
  • tandpasta;
  • vuilniszakken;
  • verzorgingsproducten.

Daarom vind ik het belangrijk om bij een boodschappenbudget goed af te spreken wat je daar precies onder rekent.
Alleen eten en drinken?
Of alles wat je in de supermarkt en drogist koopt?
Pas daarna kun je bedragen eerlijk vergelijken.

Een realistisch boodschappenbudget is niet hetzelfde als het laagst mogelijke budget

Je kunt waarschijnlijk altijd nóg goedkoper boodschappen doen.
Geen frisdrank meer. Geen koek. Alleen huismerken. Minder vlees. Nooit iets kant-en-klaar. Alles plannen. Iedere aanbieding uitzoeken.
Maar de vraag is niet alleen wat theoretisch mogelijk is.
De betere vraag is:

Welk boodschappenbudget kun je iedere maand redelijk volhouden?

Een budget van €600 heeft weinig zin wanneer je iedere maand na drie weken door je geld heen bent en uiteindelijk alsnog €250 extra uitgeeft.
Dan heb je in werkelijkheid geen boodschappenbudget van €600.
Je geeft €850 uit.
Ik zou daarom liever beginnen met je werkelijke uitgaven en van daaruit kijken waar ruimte zit om te besparen.

“50 praktische manieren om als groot gezin geld te besparen”

Wonen bepaalt een enorm deel van je totale maandbudget

Een tweede grote kostenpost is wonen.
Hierdoor is het bijna onmogelijk om één algemeen maandbudget voor grote gezinnen te noemen.
Huur of hypotheek kan honderden euro’s per maand verschillen tussen twee gezinnen.
Daar komen kosten bij voor bijvoorbeeld:

  • energie;
  • water;
  • gemeentelijke lasten;
  • verzekeringen;
  • onderhoud;
  • internet.

Bij een groter huis kunnen sommige van die kosten bovendien hoger zijn.
Misschien heb je meer kamers die verwarmd worden, een grotere woning om te onderhouden en simpelweg meer apparaten die dagelijks worden gebruikt.
Daarom is het verstandig om woonlasten apart te bekijken.
Je kunt misschien weinig veranderen aan je hypotheek of huur, maar dat betekent niet dat alle kosten rond je woning vaststaan.

“Je woonlasten verlagen als groot gezin: waar kun je echt op besparen?“

Vergeet vervoer niet

Vervoer is nog zo’n categorie waarin gezinnen enorm van elkaar kunnen verschillen.
Een gezin dat vrijwel alles lopend, met de fiets of het openbaar vervoer kan doen, heeft een heel andere begroting dan een gezin dat twee auto’s nodig heeft voor werk en het brengen en halen van kinderen.
Bij een auto gaat het bovendien niet alleen om brandstof.
Denk ook aan:

  • verzekering;
  • wegenbelasting;
  • onderhoud;
  • APK;
  • reparaties;
  • banden;
  • parkeren;
  • afschrijving of vervanging.

Dat zijn precies de kosten die makkelijk worden onderschat.
Je tankt bijvoorbeeld iedere maand voor €200 en denkt daardoor dat de auto €200 per maand kost.
Maar als je een rekening van €700 van de garage krijgt, blijkt ineens dat de werkelijke kosten hoger liggen.
Daarom moeten ook jaarlijkse en onregelmatige autokosten onderdeel zijn van je maandbudget.

Kinderen kosten niet iedere maand hetzelfde

Met drie of meer kinderen weet je waarschijnlijk al dat er bijna altijd wel iemand iets nodig heeft.
Nieuwe schoenen.
Een winterjas.
Schoolspullen.
Een verjaardag.
Een fiets die ineens te klein is.
Een schoolreisje.
Sportkleding.
Een kapotte bril.
Een telefoon.
En soms lijkt alles in dezelfde maand te komen.
Het lastige is dat deze kosten niet netjes iedere maand hetzelfde zijn.
Je kunt in februari bijna niets aan kleding uitgeven en in maart ineens drie kinderen hebben die nieuwe schoenen nodig hebben.
Dat betekent niet dat kleding geen maandelijkse kostenpost is.
Je kunt beter kijken naar wat je gemiddeld over een heel jaar nodig hebt.
Stel dat je in een jaar €1.200 aan kleding en schoenen voor het hele gezin uitgeeft.
Dan kost kleding je gemiddeld €100 per maand.
Ook wanneer je in een bepaalde maand helemaal niets koopt.
Dat is een belangrijk verschil tussen uitgeven en reserveren.

Reserveringsuitgaven horen ook bij een realistisch maandbudget

Dit is een onderdeel dat ik zelf heel belangrijk vind.
Je maandbudget bestaat niet alleen uit rekeningen die deze maand daadwerkelijk van je rekening worden afgeschreven.
Je weet nu al dat bepaalde kosten eraan komen.
Kerst komt ieder jaar, de kinderen hebben ieder jaar een verjaardag, een auto heeft onderhoud nodig, schoenen slijten, een wasmachine gaat niet eeuwig mee.
En waarschijnlijk wil je ook weleens op vakantie.
Dat zijn geen volledig onverwachte uitgaven.
Daarom kun je er gedurende het jaar voor reserveren.
Denk bijvoorbeeld aan potjes voor:

  • kleding;
  • cadeaus en december;
  • vakantie;
  • onderhoud van de auto;
  • onderhoud van de woning;
  • vervanging van apparaten;
  • eigen risico en zorgkosten;
  • schoolkosten;
  • fietsen;
  • grotere gezinsuitgaven.

Stel dat je ieder jaar ongeveer €600 uitgeeft aan december en cadeaus.
Dan kun je dat zien als €50 per maand.
Dat betekent niet dat je iedere maand €50 aan cadeaus koopt.
Je reserveert het bedrag zodat het beschikbaar is wanneer je het nodig hebt.

“Besparen op cadeaus voor december: begin nu en voorkom een dure feestmaand”

Sparen is niet hetzelfde als reserveren

Ik zou sparen en reserveren bovendien niet helemaal op één hoop gooien.
Geld dat je opzijzet voor de jaarlijkse autoverzekering is eigenlijk al bestemd.
Hetzelfde geldt voor geld voor een vakantie of de decembercadeaus.
Je weet dat je het waarschijnlijk gaat uitgeven.
Een financiële buffer heeft een ander doel.
Die is bedoeld om grotere noodzakelijke uitgaven op te kunnen vangen wanneer dat nodig is.
Het Nibud heeft hiervoor een BufferBerekenaar. De geadviseerde buffer hangt af van de persoonlijke situatie en kan onder andere rekening houden met de inboedel, woning en auto.
Voor een groot gezin kan zo’n buffer extra belangrijk voelen.
Wanneer bij ons bijvoorbeeld een apparaat kapotgaat dat iedere dag intensief wordt gebruikt, wil je niet altijd weken kunnen wachten voordat je het vervangt.

“Een financiële buffer voor een groot gezin: hoeveel spaargeld geeft echt rust?”

Hoe bouw je een realistisch maandbudget op?

In plaats van één totaalbedrag te noemen, zou ik je maandbudget opdelen in vier grote blokken.

1. Vaste lasten

Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen en waar je vaak aan vastzit.
Denk aan:

  • huur of hypotheek;
  • energie;
  • water;
  • verzekeringen;
  • internet;
  • telefoon;
  • abonnementen;
  • kinderopvang;
  • vervoer;
  • eventuele leningen.

Deze bedragen zijn meestal redelijk makkelijk terug te vinden op je bankrekening.

2. Huishoudelijke uitgaven

Dit zijn kosten die gedurende de maand ontstaan.
Bijvoorbeeld:

  • boodschappen;
  • drogisterij;
  • kleding;
  • persoonlijke verzorging;
  • zakgeld;
  • brandstof;
  • kleine aankopen;
  • sport en hobby;
  • uitjes.

Hier zit meestal meer verschil tussen maanden.

3. Reserveringsuitgaven

Dit zijn bedragen die je nu opzijzet voor kosten die later komen.
Bijvoorbeeld:

  • vakantie;
  • onderhoud;
  • kleding;
  • cadeaus;
  • schoolkosten;
  • vervanging van apparaten;
  • jaarlijkse rekeningen.

4. Sparen en buffer

Pas daarna kijk je wat je structureel kunt sparen voor je financiële buffer en andere spaardoelen.
Op deze manier krijg je een veel eerlijker beeld van wat je werkelijk nodig hebt.

Voorbeeld: maandbudget voor een gezin met drie kinderen

Om te laten zien hoe je zo’n begroting kunt maken, nemen we een fictief gezin met twee volwassenen en drie kinderen.
Let op: onderstaande bedragen zijn dus geen officiële Nibud-normen. Het is alleen een rekenvoorbeeld om te laten zien hoe een maandbudget opgebouwd kan worden.
Stel dat het gezin maandelijks het volgende begroot:

UitgavenpostVoorbeeldbedrag
Wonen€1.250
Energie en water€250
Verzekeringen€300
Internet en telefoons€100
Vervoer€450
Boodschappen en huishouden€900
Kleding en schoenen€150
Kinderen, sport en school€200
Vrije tijd€150
Reserveringen jaarlijkse kosten€300
Sparen/buffer€200
Totaal€4.250

Is €4.250 daarmee hét realistische maandbudget voor een gezin met drie kinderen?
Nee.
Dat is precies het punt.
Heeft dit gezin een huur van €850 in plaats van woonlasten van €1.250, dan verandert het totaal direct met €400.
Heeft het gezin geen auto? Dan kan vervoer veel goedkoper uitvallen.
Gaan drie kinderen naar betaalde sportclubs, is er kinderopvang nodig of zijn er hoge zorgkosten? Dan kan het bedrag juist aanzienlijk hoger worden.
Daarom zou ik nooit zeggen:

“Een gezin met drie kinderen heeft €4.250 per maand nodig.”

Het voorbeeld laat alleen zien hoe snel verschillende kosten bij elkaar optellen.

Kijk ook naar je inkomsten

Een maandbudget heeft weinig waarde wanneer je alleen naar de uitgaven kijkt.
Je moet ook weten wat er binnenkomt.
Denk naast salaris bijvoorbeeld aan:

  • kinderbijslag;
  • kindgebonden budget;
  • huurtoeslag;
  • zorgtoeslag;
  • andere inkomsten.

Sommige inkomsten ontvang je niet iedere maand.
Kinderbijslag wordt bijvoorbeeld per kwartaal betaald.
Voor een maandbegroting kun je zulke inkomsten omrekenen naar een gemiddeld maandbedrag, maar je moet er natuurlijk wel rekening mee houden dat het geld in werkelijkheid op een ander moment binnenkomt.
Het belangrijkste is uiteindelijk de rekensom:

totale inkomsten – totale uitgaven = wat je overhoudt of tekortkomt.

Wat als jouw maandbudget veel hoger is dan dat van anderen?

Dan zou ik niet meteen gaan bezuinigen.
Kijk eerst waarom het hoger is.
Pak je bankrekening erbij en verdeel je uitgaven over categorieën.
Misschien ontdek je dat je woonlasten relatief hoog zijn.
Daar kun je niet altijd eenvoudig iets aan veranderen.
Maar misschien ontdek je ook dat er iedere maand €120 naar verschillende abonnementen gaat.
Of dat kleine supermarktbezoekjes samen honderden euro’s kosten.
Of dat je veel geld uitgeeft aan afhalen omdat er geen weekplanning voor het eten is.
Dan heb je iets gevonden waar je wél invloed op hebt.
Het doel van een budget is wat mij betreft niet om overal zo weinig mogelijk aan uit te geven.
Het doel is weten waar je geld naartoe gaat en bewust bepalen waar je het aan wilt besteden.

Wat als er simpelweg te weinig binnenkomt?

Dit vind ik ook belangrijk om te benoemen.
Niet ieder financieel tekort is op te lossen door nóg beter te budgetteren.
Wanneer je noodzakelijke vaste lasten en minimale dagelijkse uitgaven samen hoger zijn dan je inkomen, kun je honderd Excel-bestanden maken en nog steeds geld tekortkomen.
Dan moet je ook naar de inkomstenkant kijken.
Controleer bijvoorbeeld of je gebruikmaakt van regelingen en toeslagen waar je recht op hebt.
Het Nibud heeft speciaal voor gezinnen die moeite hebben om hun kinderen te bieden wat nodig is het Geldplan Rondkomen met kinderen.
Schaamte helpt je financiële situatie niet verder.
Wanneer de rekensom structureel niet uitkomt, is het juist belangrijk om dat zo vroeg mogelijk te zien.

Een maandbudget is persoonlijk

Misschien is dit niet het simpele antwoord waarop je hoopte toen je zocht naar een realistisch maandbudget voor een gezin met drie of meer kinderen.
Een bedrag zou natuurlijk makkelijker zijn.
“Je moet €3.500 per maand hebben.”
Klaar.
Maar zo werkt een gezinsbudget helaas niet.
Een gezin met drie kinderen kan met een lager bedrag prima rondkomen terwijl een ander gezin met hetzelfde aantal kinderen bij dat bedrag iedere maand tekortkomt.
Dat betekent niet automatisch dat het tweede gezin slecht met geld omgaat.
De omstandigheden kunnen simpelweg anders zijn.

Zo bereken je het maandbudget voor jouw gezin

Wil je weten welk bedrag voor jouw gezin realistisch is? Begin dan niet met wat je zou willen uitgeven.
Begin met wat je werkelijk uitgeeft.
Pak bijvoorbeeld de bankafschriften van de afgelopen twee of drie maanden erbij.
Noteer alle inkomsten en uitgaven.
Verdeel de uitgaven vervolgens over categorieën.
Kijk daarna welke uitgaven maandelijks terugkomen en welke maar een paar keer per jaar.
Reken jaarlijkse kosten om naar een gemiddeld bedrag per maand.
Pas daarna ga je kijken:
Waar geven we meer aan uit dan we eigenlijk willen?
Welke kosten kunnen omlaag?
Welke kosten zijn noodzakelijk?
Waar reserveren we nu nog helemaal niets voor?
En hoeveel kunnen we realistisch sparen?
Dat geeft je uiteindelijk een maandbudget dat veel waardevoller is dan een willekeurig bedrag dat je online tegenkomt.

“Een gezinsbudget maken: zo krijg je als groot gezin in 7 stappen overzicht over je geld”

Je budget hoeft niet iedere maand perfect te zijn

Dit is misschien nog wel het belangrijkste.
Een begroting is geen examen waarvoor je iedere maand een tien moet halen.
Er komen maanden waarin je meer uitgeeft.
In september heb je misschien extra schoolkosten.
In december zijn er cadeaus.
In de zomer betaal je voor vakantie.
En soms besluit de wasmachine precies in dezelfde maand kapot te gaan waarin drie kinderen nieuwe schoenen nodig hebben.
Daarom kijk ik liever naar het grotere geheel.
Als je weet wat er binnenkomt, weet wat eruit gaat en geld reserveert voor kosten die eraan komen, heb je veel meer grip.
Ook wanneer een individuele maand niet perfect verloopt.

Onze Gezinsbudget Planner gebruiken

Wil je al deze bedragen op één plek bijhouden, dan kun je hiervoor onze Gezinsbudget Planner gebruiken.
Daarin kun je onder andere inkomsten, vaste lasten, maandelijkse uitgaven, reserveringen, spaardoelen en schulden bijhouden. De planner rekent automatisch mee, zodat je kunt zien hoeveel financiële ruimte er na je uitgaven overblijft.

Bekijk de Gezinsbudget Planner

Het belangrijkste is niet dat jouw begroting precies overeenkomt met die van een ander gezin.
Het belangrijkste is dat hij klopt voor jullie gezin.

Tot slot: wat is volgens het Nibud een realistisch maandbudget voor een groot gezin?

Er bestaat dus geen universeel Nibud-bedrag dat zegt hoeveel een gezin met drie, vier of vijf kinderen iedere maand mag of moet uitgeven.
Het Nibud werkt met voorbeeldbegrotingen en referentiebedragen die rekening houden met verschillen tussen huishoudens.
En eigenlijk is dat heel logisch.
Het aantal kinderen is belangrijk, maar vertelt niet het hele verhaal.
De leeftijden van je kinderen, je woning, vervoer, inkomen, kinderopvang, energieverbruik en allerlei andere keuzes bepalen samen wat jouw gezin iedere maand nodig heeft.
Gebruik bedragen van het Nibud en andere gezinnen daarom vooral als vergelijkingsmateriaal.
Niet als rapportcijfer.
Een realistisch gezinsbudget is uiteindelijk een budget waarin je noodzakelijke uitgaven kunt betalen, rekening houdt met kosten die later komen en — wanneer daar financieel ruimte voor is — iets kunt reserveren of sparen.
En wanneer je dat overzicht eenmaal hebt, wordt besparen ook een stuk makkelijker.
Je hoeft dan niet meer overal tegelijk op te bezuinigen.
Je kunt zien welke kosten vaststaan, waar geld weglekt en op welke uitgaven je daadwerkelijk invloed hebt.
Dat is uiteindelijk veel waardevoller dan één standaardbedrag dat voor ieder groot gezin hetzelfde zou moeten zijn.