
Met meerdere kinderen in een gezin krijg je vanzelf vaker te maken met vragen over geld. Hoeveel zakgeld geef je? Moeten alle kinderen hetzelfde bedrag krijgen? En hoe leer je kinderen verstandig omgaan met geld zonder dat iedere aankoop een discussie wordt?
Zakgeld kan een eenvoudige manier zijn om kinderen stap voor stap financiële vaardigheden te leren. Ze ontdekken dat geld niet onbeperkt beschikbaar is, dat keuzes gevolgen hebben en dat sparen soms betekent dat je moet wachten.
In een groot gezin komt daar nog iets bij: kinderen verschillen in leeftijd en behoeften. Een bedrag dat passend is voor een kind van zeven jaar hoeft niet passend te zijn voor een tiener. Daarom gaat het bij zakgeld niet alleen om het bedrag, maar vooral om duidelijke afspraken die binnen jullie gezin werken.
Wanneer begin je met zakgeld?
Er bestaat geen vaste leeftijd waarop ieder kind met zakgeld moet beginnen. Sommige kinderen zijn rond zes jaar al nieuwsgierig naar geld en sparen, terwijl andere kinderen pas later begrijpen wat geld precies betekent.
Het belangrijkste is niet de leeftijd op zich, maar of je kind begint te begrijpen dat geld niet onbeperkt beschikbaar is en dat je ermee moet leren kiezen.
Bij jongere kinderen kun je het eenvoudig houden. Geef bijvoorbeeld een klein bedrag op een vast moment en laat zien hoeveel munten of euro’s dat zijn. Naarmate kinderen ouder worden, kun je steeds meer verantwoordelijkheid toevoegen.
In een groot gezin kan het handig zijn om niet te wachten tot alle kinderen dezelfde leeftijd hebben. Ieder kind kan op zijn eigen moment beginnen.
Hoeveel zakgeld geef je aan kinderen van verschillende leeftijden?
Er bestaat geen universeel bedrag dat voor ieder gezin geschikt is. De hoogte van het zakgeld hangt onder andere af van de leeftijd van je kind, wat het kind zelf moet betalen en hoeveel ruimte jullie gezinsbudget heeft.
Voor een groot gezin is het daarom niet nodig om te proberen ieder kind precies hetzelfde bedrag te geven.
Een jong kind dat alleen leert sparen en kleine aankopen doet, heeft andere behoeften dan een tiener die bijvoorbeeld zelf iets wil kopen met vrienden.
Het kan eerlijker zijn om gelijke afspraken te maken in plaats van iedereen exact hetzelfde bedrag te geven.
Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat ieder kind op een vast moment zakgeld krijgt en dat het bedrag meegroeit wanneer het kind ouder wordt.
Zo weten kinderen waar ze aan toe zijn en hoef je niet iedere keer opnieuw te onderhandelen.
Maak duidelijke afspraken over waar het zakgeld voor bedoeld is
Zakgeld werkt het beste wanneer kinderen weten wat ze ermee mogen doen.
Bespreek bijvoorbeeld of je kind het geld volledig vrij mag besteden, of dat een deel bedoeld is om te sparen. Spreek ook af welke aankopen kinderen eventueel zelf betalen.
Voor jonge kinderen kan het gaan om kleine dingen. Oudere kinderen kunnen misschien zelf sparen voor een cadeau, een spelletje of een activiteit met vrienden.
Het belangrijkste is dat de afspraken vooraf duidelijk zijn.
Dat voorkomt situaties waarin een kind achteraf zegt dat het niet wist dat iets van het eigen zakgeld betaald moest worden.
Geef kinderen niet allemaal precies dezelfde financiële verantwoordelijkheid
Binnen een groot gezin is het verleidelijk om alles voor ieder kind hetzelfde te regelen. Dat lijkt eerlijk, maar kinderen van verschillende leeftijden hebben nu eenmaal verschillende verantwoordelijkheden.
Een jong kind kan bijvoorbeeld leren sparen voor een klein speelgoedartikel, terwijl een oudere tiener misschien leert budgetteren voor meerdere uitgaven.
Je kunt daarom per leeftijd andere afspraken maken zonder dat het ene kind wordt voorgetrokken.
Het doel is namelijk niet dat ieder kind op precies dezelfde manier met geld omgaat. Het doel is dat ieder kind leert omgaan met geld op een manier die past bij zijn of haar leeftijd.
Laat kinderen ervaren dat een financiële keuze gevolgen heeft
Een belangrijk onderdeel van leren omgaan met geld is dat kinderen soms een verkeerde keuze mogen maken.
Wanneer een kind al het zakgeld uitgeeft aan iets wat achteraf tegenvalt, kan dat vervelend zijn. Toch kan juist zo’n ervaring een waardevolle les zijn.
Probeer daarom niet iedere financiële fout direct op te lossen door extra geld te geven.
Heeft een kind alles uitgegeven en wil het daarna iets anders kopen? Dan kan wachten onderdeel zijn van de les.
Op die manier leert een kind dat geld uitgeven betekent dat je op een later moment minder geld beschikbaar hebt.
Maak sparen concreet met een doel dat kinderen zelf belangrijk vinden
“Je moet sparen” is voor een kind een abstract begrip.
Een concreet doel werkt meestal veel beter.
Laat een kind bijvoorbeeld sparen voor een bepaald speelgoedartikel, een uitstapje of iets anders dat het zelf graag wil hebben.
Je kunt samen bekijken wat het doel kost en hoeveel zakgeld het kind iedere week of maand ontvangt.
Daardoor wordt sparen zichtbaar.
Een kind dat €5 per week krijgt en €40 wil sparen, kan bijvoorbeeld zelf ontdekken dat het meerdere weken duurt voordat het doel bereikt is.
Dat wachten is juist onderdeel van het leren omgaan met geld.
Leer kinderen het verschil tussen iets nodig hebben en iets graag willen
Kinderen hoeven niet meteen ingewikkelde financiële beslissingen te kunnen maken. Je kunt ze wel leren om vóór een aankoop even na te denken.
Een paar eenvoudige vragen kunnen daarbij helpen:
“Heb ik dit echt nodig?”
“Wil ik dit graag hebben?”
“Heb ik hier genoeg geld voor?”
“Wil ik mijn geld hieraan uitgeven of wacht ik liever?”
Door deze vragen regelmatig te stellen, leren kinderen dat kopen een keuze is.
Dat is uiteindelijk belangrijker dan het aanleren van één specifieke regel.
Maak binnen een groot gezin duidelijke afspraken over cadeaus en extra geld
Met meerdere kinderen kunnen verjaardagen, feestdagen en andere momenten waarop geld of cadeaus worden gegeven regelmatig terugkomen.
Daarom kan het helpen om ook hiervoor duidelijke afspraken te maken.
Krijgt een kind bijvoorbeeld extra geld van opa en oma, dan kun je samen bespreken wat het ermee wil doen. Wordt het uitgegeven, gespaard of verdeeld over meerdere doelen?
Ook hier hoeft niet alles bij ieder kind precies hetzelfde te zijn.
Een kind van vijf zal andere keuzes maken dan een zestienjarige. Belangrijker is dat ieder kind leert nadenken over wat het met gekregen geld wil doen.
Zakgeld hoeft geen beloning of straf te zijn
Het kan handig zijn om zakgeld los te koppelen van dagelijkse taken in huis.
Kinderen kunnen natuurlijk meehelpen met het huishouden omdat ze onderdeel zijn van het gezin. Zakgeld kan daarnaast worden gebruikt als middel om financiële vaardigheden te oefenen.
Wanneer zakgeld voortdurend wordt gebruikt als beloning of straf, kan de aandacht verschuiven van leren omgaan met geld naar het wel of niet krijgen van geld.
Duidelijke afspraken over zakgeld maken het eenvoudiger om beide zaken van elkaar gescheiden te houden.
Laat kinderen zien dat ouders ook financiële keuzes maken
Kinderen leren niet alleen van hun eigen zakgeld. Ze kijken ook naar wat hun ouders doen.
Wanneer je bijvoorbeeld uitlegt waarom je een bepaalde aankoop uitstelt, waarom je prijzen vergelijkt of waarom jullie voor een bepaald doel sparen, krijgen kinderen een beeld van hoe financiële keuzes in het dagelijks leven werken.
Dat hoeft geen ingewikkeld gesprek over het volledige gezinsinkomen te zijn.
Een simpele opmerking als “We sparen hiervoor, daarom kopen we dit nu niet” kan al duidelijk maken dat geld keuzes vraagt.
Maak geld thuis een normaal gespreksonderwerp
Geld hoeft geen onderwerp te zijn waar thuis helemaal niet over wordt gesproken.
Door op een normale manier over sparen, uitgeven, budgetteren en keuzes maken te praten, leren kinderen dat financiële planning onderdeel is van het dagelijks leven.
Voor een groot gezin kan dit zelfs extra waardevol zijn. Kinderen zien dat er binnen één huishouden veel verschillende behoeften zijn en dat ouders daarom keuzes moeten maken.
Zo leren ze niet alleen wat geld kost, maar ook waarom een gezin soms prioriteiten moet stellen.
Zakgeld is vooral een oefening voor later
Het belangrijkste doel van zakgeld is niet dat kinderen leren om zo min mogelijk geld uit te geven.
Het doel is dat ze leren keuzes maken.
Een kind dat leert sparen voor iets wat het graag wil, leert wachten. Een kind dat zijn geld uitgeeft aan iets wat tegenvalt, leert dat keuzes gevolgen hebben. En een kind dat verschillende wensen tegen elkaar afweegt, leert prioriteiten stellen.
Dat zijn vaardigheden waar kinderen later veel meer aan hebben dan aan het exacte bedrag dat ze op jonge leeftijd aan zakgeld krijgen.
Voor een groot gezin hoeft zakgeld daarom geen ingewikkeld systeem te worden. Met duidelijke afspraken, bedragen die passen bij de leeftijd en ruimte om zelf keuzes te maken, kan zakgeld een eenvoudige manier zijn om kinderen financieel zelfstandiger te maken.
