
Wat kost een kind eigenlijk per maand?
Het klinkt als een eenvoudige vraag. Toch is er nauwelijks één bedrag op te plakken.
Een baby kost op sommige gebieden relatief weinig en op andere juist veel. Een basisschoolkind krijgt weer andere kosten en wanneer kinderen ouder worden, kunnen kleding, telefoons, school, sport, zakgeld en uitstapjes een steeds groter onderdeel van het gezinsbudget worden.
En dan maakt het natuurlijk ook nogal uit of je één kind hebt of vijf.
Bij een groot gezin worden sommige kosten hoger omdat je alles meerdere keren nodig hebt. Tegelijkertijd kun je bepaalde spullen doorgeven, grotere verpakkingen kopen en kosten over meerdere kinderen verdelen.
Daarom vind ik algemene bedragen als “een kind kost €X per maand” maar beperkt bruikbaar.
Veel interessanter is:
Wat kosten jouw kinderen binnen jullie eigen gezin?
Want dát is het bedrag waarmee je rekening moet houden wanneer je een realistisch gezinsbudget maakt.
In dit artikel kijken we daarom niet alleen naar gemiddelden, maar vooral naar de verschillende kosten die bij kinderen komen kijken en hoe je zelf kunt berekenen wat jouw kinderen daadwerkelijk per maand kosten.
Waarom er geen vast bedrag per kind bestaat
Twee gezinnen met evenveel kinderen kunnen financieel totaal verschillend leven.
Het ene gezin koopt veel kleding tweedehands, terwijl het andere vrijwel alles nieuw koopt.
Het ene kind voetbalt bij een lokale vereniging, terwijl een ander een sport of hobby heeft waarvoor veel materiaal, lessen of vervoer nodig is.
Sommige ouders betalen kinderopvang.
Andere ouders niet.
Het ene gezin gaat regelmatig naar pretparken en restaurants, terwijl een ander gezin vooral gratis uitjes onderneemt.
Zelfs boodschappen zijn lastig exact per kind te berekenen.
Een peuter eet nu eenmaal iets anders dan een puber.
Daarom zou ik nooit proberen één standaardbedrag als waarheid te gebruiken.
Gebruik gemiddelden eventueel als vergelijking, maar bouw je eigen budget op vanuit jullie werkelijke situatie.
Welke kosten horen eigenlijk bij een kind?
Wanneer je probeert te berekenen wat kinderen kosten, denk je waarschijnlijk als eerste aan:
kleding;
eten;
luiers;
school;
sport.
Maar kinderen hebben invloed op veel meer onderdelen van het huishoudbudget.
Denk bijvoorbeeld aan wonen.
Met vijf kinderen heb je waarschijnlijk andere woonwensen dan met één kind.
Hetzelfde geldt voor vervoer. Een kleine auto kan prima zijn voor een gezin met één of twee kinderen, maar met een groot gezin heb je misschien een grotere auto nodig.
Ook vakantie wordt beïnvloed door het aantal kinderen.
Daarom kun je kinderkosten op twee manieren bekijken.
Directe kosten: uitgaven die duidelijk voor een bepaald kind zijn.
En:
indirecte gezinskosten: kosten die hoger zijn doordat je kinderen hebt, maar die niet eenvoudig aan één kind zijn toe te schrijven.
Voor je maandbudget zijn beide relevant.
1. Boodschappen
Eten en drinken vormen waarschijnlijk een van de duidelijkste terugkerende kosten.
Maar zelfs hier is het lastig om precies te zeggen:
“Dit kind kost €125 per maand aan eten.”
Je koopt immers gezamenlijk boodschappen.
Een pak rijst wordt door meerdere gezinsleden gegeten. Hetzelfde geldt voor brood, melk, groente, avondeten en huishoudelijke producten.
Bovendien verandert het verbruik naarmate kinderen ouder worden.
Daarom zou ik boodschappen niet per kind proberen uit te splitsen.
Kijk liever naar het totale boodschappenbudget van het gezin.
Heb je vijf kinderen en geef je maandelijks €1.000 uit aan boodschappen, dan betekent dat niet automatisch dat ieder kind €142,86 kost.
Ook de ouders eten mee en een deel van het boodschappenbudget bestaat waarschijnlijk uit huishoudelijke en verzorgingsproducten.
Wil je hier meer grip op krijgen? In Boodschappenbudget voor een groot gezin: zo houd je de kosten onder controle ga ik hier uitgebreider op in.
2. Kleding en schoenen
Kleding is gemakkelijker aan individuele kinderen toe te wijzen.
Maar ook hier kunnen de verschillen enorm zijn.
Een jonger kind kan kleding van een oudere broer of zus overnemen.
Een tiener wil misschien steeds vaker zelf kleding uitkiezen.
En schoenen kun je meestal veel minder gemakkelijk doorgeven dan bijvoorbeeld een winterjas.
In plaats van iedere maand een vast bedrag te rekenen, kun je kijken naar wat je over een heel jaar uitgeeft.
Stel bijvoorbeeld dat je voor één kind in een jaar het volgende uitgeeft:
| Uitgave | Bedrag |
|---|---|
| Schoenen | €150 |
| Jassen | €100 |
| Broeken | €120 |
| Shirts/truien | €150 |
| Ondergoed/sokken | €60 |
| Overige kleding | €80 |
| Totaal per jaar | €660 |
€660 ÷ 12 = €55 per maand.
Dit is alleen een rekenvoorbeeld en nadrukkelijk geen gemiddeld of aanbevolen bedrag.
Het laat vooral zien hoe je onregelmatige uitgaven kunt omrekenen naar een maandbedrag.
3. Luiers en verzorging
Bij baby’s en peuters kunnen luiers en verzorgingsproducten een duidelijke kostenpost zijn.
Denk aan:
luiers;
billendoekjes;
verzorgingsproducten;
eventueel flesvoeding;
en andere producten die je regelmatig nodig hebt.
Deze kosten verdwijnen uiteindelijk weer.
Dat is interessant voor je budget.
Wanneer je jongste kind bijvoorbeeld geen luiers meer nodig heeft, ontstaat er mogelijk financiële ruimte.
Laat die ruimte niet automatisch verdwijnen.
Je kunt een deel ervan bijvoorbeeld gaan gebruiken voor kleding, schoolkosten of sparen.
De kosten van kinderen verdwijnen namelijk niet wanneer ze ouder worden.
Ze veranderen vooral van vorm.
4. Kinderopvang
Voor gezinnen die kinderopvang gebruiken, kan dit een grote post zijn.
Hoeveel je uiteindelijk zelf betaalt, hangt af van de opvangvorm, het aantal uren, tarieven en eventuele kinderopvangtoeslag.
Omdat regelgeving en bedragen kunnen veranderen, zou ik voor actuele berekeningen altijd officiële informatie gebruiken.
Neem in je eigen budget niet alleen het bedrag op dat de opvang factureert, maar kijk uiteindelijk naar wat de opvang jullie netto kost na eventuele tegemoetkomingen.
En wees voorzichtig wanneer je situatie verandert.
Meer of minder werken, andere opvanguren of wijzigingen in inkomen kunnen invloed hebben op de bedragen waar je recht op hebt.
5. Schoolkosten
Naar school gaan betekent niet dat er iedere maand een grote rekening binnenkomt.
Maar verspreid over het jaar kunnen er allerlei kosten ontstaan.
Denk aan schoolspullen, een tas, gymkleding, activiteiten, excursies en later mogelijk een laptop of andere benodigdheden.
Niet al deze kosten zijn in iedere situatie verplicht of voor iedere school hetzelfde.
Daarom is het verstandig om naar de informatie van de school van je eigen kind te kijken.
Heb je meerdere schoolgaande kinderen?
Maak dan aan het begin van het schooljaar een eenvoudige inschatting.
Wat verwachten we dit schooljaar ongeveer nodig te hebben?
Deel dat bedrag vervolgens door twaalf.
Zo wordt september niet ineens een financiële verrassing.
6. Schoollunches en tussendoortjes
Een broodje, stuk fruit en drinken lijken afzonderlijk niet zo duur.
Maar vermenigvuldig het met meerdere kinderen en ongeveer vijf schooldagen per week en je begrijpt waarom schoollunches onderdeel van het gezinsbudget zijn.
Hetzelfde geldt voor tussendoortjes.
Je hoeft niet exact uit te rekenen hoeveel plakjes kaas ieder kind per maand eet.
Maar je kunt wel kijken hoeveel van jullie boodschappenbudget ongeveer samenhangt met school.
In Goedkoop lunchen op school: zo bespaar je met meerdere kinderen op broodtrommels en tussendoortjes vind je verschillende manieren om die kosten beheersbaar te houden.
7. Sport en hobby’s
Sport kan bestaan uit veel meer dan alleen contributie.
Stel dat een kind gaat voetballen.
Dan heb je mogelijk te maken met:
contributie;
voetbalschoenen;
sportkleding;
vervoer;
activiteiten;
en vervanging van spullen.
Bij andere hobby’s kunnen weer heel andere kosten horen.
Muziekles, dansen, paardrijden, zwemmen en andere activiteiten hebben allemaal hun eigen prijskaartje.
Bereken daarom de jaarkosten.
Stel:
contributie: €240;
kleding en materiaal: €120;
overige kosten: €60.
Dan kost de activiteit in dit rekenvoorbeeld:
€420 per jaar.
€420 ÷ 12 = €35 per maand.
Zo kun je hobby’s veel eerlijker meenemen in je maandbudget.
8. Zwemles
Zwemles verdient eigenlijk een aparte vermelding.
Het is meestal een tijdelijke uitgave, maar kan gedurende die periode behoorlijk aantikken.
Zeker wanneer meerdere kinderen kort na elkaar of tegelijkertijd zwemles hebben.
Kijk daarom niet alleen naar de prijs per les.
Probeer vooraf een inschatting te maken van het totale traject, voor zover dat mogelijk is.
Houd er rekening mee dat niet ieder kind evenveel lessen nodig heeft.
Maak dus geen budget alsof vooraf exact vaststaat hoeveel maanden zwemles nodig zijn.
9. Zakgeld
Wanneer kinderen wat ouder worden, komt mogelijk zakgeld in beeld.
Zakgeld is niet alleen een kostenpost.
Het kan ook een hulpmiddel zijn om kinderen te leren omgaan met geld.
Je bepaalt zelf welk bedrag binnen jullie gezin past.
Het hoeft niet hetzelfde te zijn als wat klasgenoten krijgen.
Heb je meerdere kinderen, dan kunnen ook kleine bedragen samen oplopen.
Stel puur als voorbeeld dat drie kinderen samen €25 per maand aan zakgeld krijgen.
Dan is dat €300 per jaar.
Dat is een bedrag dat je gewoon kunt meenemen in je gezinsbudget.
In Zakgeld geven in een groot gezin: zo leren kinderen verstandig omgaan met geld lees je meer over hoe je dit kunt aanpakken.
10. Telefoon en abonnementen
Op een gegeven moment komt waarschijnlijk de vraag:
“Wanneer krijg ik een telefoon?”
Daarmee ontstaat mogelijk een nieuwe maandelijkse kostenpost.
Het toestel zelf.
Een abonnement of simkaart.
Eventueel accessoires.
En misschien vervanging wanneer een telefoon kapot gaat.
Met meerdere oudere kinderen kunnen afzonderlijk kleine abonnementen samen een flink bedrag vormen.
Stel dat drie kinderen ieder een abonnement van €10 hebben.
Dan is dat €30 per maand en €360 per jaar.
Het kan daarom verstandig zijn om regelmatig te controleren of de mobiele abonnementen nog passen bij wat er daadwerkelijk wordt gebruikt. Kijk bijvoorbeeld naar het aantal GB’s, de looptijd en de totale maandelijkse kosten. Via Mobiel.nl* kun je verschillende mobiele abonnementen, sim-only abonnementen en toestellen vergelijken. Zo kun je zelf bekijken welke mogelijkheden het beste passen bij het gebruik en budget van je gezin.
Wil je verder kijken naar manieren om deze kosten te verlagen? Lees dan ook Besparen op mobiele abonnementen in een groot gezin: zo verlaag je de telefoonkosten.
11. Verjaardagen
Een verjaardag komt ieder jaar terug.
Toch behandelen we hem financieel soms alsof hij onverwacht verschijnt.
Cadeau.
Traktatie.
Taart.
Versiering.
Feestje.
Misschien eten voor bezoek.
Bij vijf kinderen heb je bovendien vijf kinderverjaardagen per jaar.
Stel dat je gemiddeld €150 per verjaardag wilt reserveren.
Dan is dat:
5 × €150 = €750 per jaar.
€750 ÷ 12 = €62,50 per maand.
Opnieuw: dit is een rekenvoorbeeld, geen advies voor hoeveel een verjaardag zou moeten kosten.
Misschien besteed jij €50.
Misschien €300.
Het gaat erom dat je de uitgave vooraf ziet aankomen.
12. Cadeautjes voor andere kinderen
Deze categorie wordt gemakkelijk vergeten.
Je eigen kinderen worden uitgenodigd voor verjaardagen.
En dan gaat er een cadeautje mee.
Eén cadeau van €10 is geen groot financieel probleem.
Maar stel dat meerdere kinderen gedurende een jaar regelmatig feestjes hebben, dan kunnen al die tientjes samen toch een serieus bedrag worden.
Houd dit bijvoorbeeld bij onder:
kinderen – cadeaus/feestjes.
Dan zie je na een jaar hoeveel je er daadwerkelijk aan uitgeeft.
13. Kinderfeestjes
Een kinderfeestje kun je zo duur maken als je zelf wilt.
Thuis iets organiseren kan relatief goedkoop.
Een activiteit buitenshuis kan veel duurder zijn.
Met meerdere kinderen hoef je natuurlijk niet ieder jaar exact hetzelfde bedrag uit te geven.
Kies vooral wat bij jullie gezin past.
Maar neem het wel mee in je planning.
Als je weet dat drie kinderen dit jaar een feestje krijgen, kun je daar vooraf geld voor reserveren.
Dat is veel prettiger dan drie keer een flinke uitgave uit één maandbudget moeten halen.
14. Uitjes
Een dagje dierentuin, pretpark, bioscoop of zwembad wordt met meerdere kinderen snel duurder.
Daarom vallen uitjes wat mij betreft niet onder “onverwachte uitgaven”.
Je weet misschien niet precies wanneer je gaat.
Maar je weet waarschijnlijk wel dat je gedurende het jaar iets met je gezin wilt ondernemen.
Reserveer daar dus geld voor.
Dat kan bijvoorbeeld €25, €50 of €100 per maand zijn, afhankelijk van jullie financiële ruimte en wat jullie graag doen.
En er is niets mis met maanden waarin het uitjesbudget €0 is.
Gratis uitjes tellen net zo goed als gezinstijd.
15. Vakantie
Vakantie is eigenlijk een gezinsuitgave en niet een bedrag dat je eerlijk per kind kunt verdelen.
Maar het aantal kinderen heeft natuurlijk wel invloed op de kosten.
Je hebt een grotere accommodatie nodig.
Meer eten.
Meer entreebewijzen.
Meer vervoer.
Daarom hoort vakantie wel degelijk thuis wanneer je naar de totale financiële impact van kinderen kijkt.
Wil je daarvoor vooraf geld opzijzetten? Lees dan Sparen voor vakantie met een groot gezin: zo maak je een vakantie financieel haalbaar.
Wil je vooral de vakantie zelf goedkoper maken? Dan kun je verder met Goedkoop op vakantie met een groot gezin: 25 manieren om de kosten laag te houden.
16. Vervoer
Dit is een interessante indirecte kostenpost.
Met één kind kun je misschien prima uit de voeten met een kleine auto.
Met vijf kinderen heb je andere eisen.
Niet iedere auto heeft zeven zitplaatsen.
Daardoor kunnen aanschaf, brandstof, verzekering en onderhoud anders uitpakken.
Ook het aantal ritten kan toenemen door kinderen.
School.
Sport.
Zwemles.
Vriendjes.
Afspraken.
Uitjes.
Je hoeft niet te proberen exact te berekenen welk percentage van de auto “van de kinderen” is.
Neem de volledige vervoerskosten gewoon mee in je gezinsbudget.
17. Wonen
Hetzelfde geldt voor wonen.
Je betaalt niet per kind een stukje hypotheek of huur.
Maar je gezinsgrootte kan wel invloed hebben op het soort woning dat praktisch is.
Meer slaapkamers.
Meer leefruimte.
Meer energieverbruik.
Meer watergebruik.
Daarom geven alleen de directe kosten van een kind nooit het volledige beeld.
In Je woonlasten verlagen als groot gezin: waar kun je echt op besparen? kijken we specifiek naar deze kosten.
18. Energie en water
Meer mensen in huis betekent meer douchen, meer wassen, vaker koken en meestal meer gebruik van apparaten.
Daarom kun je energie niet volledig los zien van gezinsgrootte.
Ook hier zou ik geen poging doen om te berekenen:
“Kind nummer drie gebruikt €37,42 aan energie.”
Dat levert vooral schijnprecisie op.
Kijk naar het verbruik van het huishouden als geheel.
In Energiekosten verlagen met een groot gezin: praktische manieren om minder gas en stroom te gebruiken vind je manieren om daar grip op te krijgen.
19. Persoonlijke verzorging
Shampoo.
Tandpasta.
Deodorant.
Haarproducten.
Menstruatieproducten.
Verzorgingsproducten.
Dit soort kosten veranderen naarmate kinderen ouder worden.
Bij jonge kinderen koop je andere producten dan bij pubers.
Veel hiervan zit waarschijnlijk gewoon tussen je boodschappen.
Dat is prima.
Het hoeft niet allemaal tot op de cent uitgesplitst te worden.
Het doel van een budget is overzicht krijgen.
Niet van iedere tube tandpasta bepalen wie er 34% van heeft gebruikt.
20. Medische kosten
Kinderen kunnen ook kosten hebben rondom gezondheid en zorg.
Welke kosten voor eigen rekening komen, hangt af van de situatie en de Nederlandse zorgregels.
Omdat regels en vergoedingen kunnen veranderen, controleer bij specifieke zorg altijd de actuele informatie van je zorgverzekeraar en officiële instanties.
Voor je budget is vooral belangrijk dat je rekening houdt met zorgkosten die je zelf verwacht te moeten betalen.
Denk bijvoorbeeld aan bepaalde hulpmiddelen of kosten die niet volledig worden vergoed.
21. Oppas
Niet ieder gezin betaalt regelmatig voor een oppas.
Maar als je dat wel doet, hoort dit natuurlijk bij de kosten rondom het gezin.
Misschien heb je iedere maand een vaste oppas.
Of alleen een paar keer per jaar.
Ook hier werkt dezelfde methode:
kijk naar de totale kosten over een jaar en deel die eventueel door twaalf.
Zo voorkom je dat incidentele uitgaven buiten beeld blijven.
22. Kosten veranderen als kinderen ouder worden
Dit is misschien wel een van de belangrijkste dingen om te onthouden.
Wanneer de luiers verdwijnen, betekent dat niet automatisch dat kinderen vanaf dat moment goedkoper worden.
Er komen andere kosten voor terug.
Een basisschoolkind heeft misschien sport en zwemles.
Later komen een telefoon, kleding, zakgeld, schoolactiviteiten en grotere hoeveelheden eten.
Daarna kunnen opleiding, vervoer en andere kosten weer belangrijker worden.
Een gezinsbudget is daarom nooit af.
Controleer het bijvoorbeeld ieder halfjaar of wanneer er iets groots verandert.
23. Grote gezinnen hebben ook schaalvoordelen
Tot nu toe klinkt het misschien alsof ieder extra kind alleen maar extra geld kost.
Maar grotere gezinnen hebben soms ook financiële voordelen.
Kleding kan worden doorgegeven.
Speelgoed wordt door meerdere kinderen gebruikt.
Een gezinsmaaltijd voor zeven personen is niet automatisch zeven keer zo duur als een maaltijd voor één persoon.
Je kunt grotere verpakkingen gebruiken wanneer die per eenheid daadwerkelijk goedkoper zijn.
Babyspullen kunnen bij een volgend kind opnieuw worden gebruikt.
En een streamingabonnement wordt niet automatisch vijf keer zo duur omdat vijf kinderen kijken.
Dat betekent niet dat een groot gezin goedkoop is.
Maar de kosten stijgen ook niet bij iedere categorie één-op-één met het aantal kinderen.
Hoe bereken je nu wat jouw kinderen per maand kosten?
Je hoeft daarvoor niet ieder kind afzonderlijk een complete boekhouding te geven.
Ik zou het in drie delen doen.
Stap 1: noteer directe maandelijkse kinderkosten
Bijvoorbeeld:
| Kostenpost | Per maand |
|---|---|
| Zakgeld | €25 |
| Telefoon | €20 |
| Sport | €60 |
| Kinderopvang | €150 |
| Overig | €25 |
| Totaal | €280 |
Dit zijn uitsluitend fictieve bedragen.
Stap 2: reken jaarlijkse kinderkosten om naar maandbedragen
Bijvoorbeeld:
| Kostenpost | Per jaar | Per maand |
|---|---|---|
| Kleding/schoenen | €1.200 | €100 |
| Verjaardagen | €600 | €50 |
| Schoolkosten | €360 | €30 |
| Cadeaus/feestjes | €240 | €20 |
| Totaal | €2.400 | €200 |
Dan heb je in dit fictieve voorbeeld €280 + €200 = €480 aan redelijk duidelijk toe te wijzen kinderkosten per maand.
Stap 3: houd gezamenlijke gezinskosten apart
Daar komen vervolgens nog gezamenlijke kosten bij zoals:
boodschappen;
wonen;
energie;
vervoer;
vakantie;
gezinsuitjes.
Probeer die niet kunstmatig over ieder kind te verdelen.
Voor je gezinsbudget is het voldoende dat je weet hoeveel het huishouden als geheel eraan uitgeeft.
Wat kost één kind dan écht?
Misschien is het antwoord op de titel van dit artikel daardoor een beetje onbevredigend:
dat hangt volledig af van je gezin.
Maar dat is tegelijkertijd het nuttigste antwoord.
Een algemeen gemiddeld bedrag vertelt je niet hoeveel geld jij volgende maand nodig hebt.
Je eigen cijfers wel.
Wil je toch vergelijken met landelijke cijfers, gebruik dan bij voorkeur actuele informatie van betrouwbare Nederlandse instanties zoals het Nibud of het CBS. Let daarbij goed op wat een bedrag precies weergeeft en uit welk jaar de gegevens komen.
Een percentage van het huishoudinkomen is bijvoorbeeld iets anders dan een vast bedrag per kind.
En gemiddelde uitgaven zijn geen bedrag dat jij verplicht zou moeten uitgeven.
Geef ieder kind niet automatisch hetzelfde budget
Gelijke behandeling betekent financieel niet altijd exact hetzelfde bedrag.
Een kind van vijf heeft andere behoeften dan een kind van vijftien.
De een heeft misschien dure sportspullen nodig.
Een ander heeft nauwelijks hobbykosten.
Dat betekent niet automatisch dat je voor ieder kind exact hetzelfde bedrag moet uitgeven om het eerlijk te maken.
Je kunt onderscheid maken tussen nodig hebben en extra’s.
Bij extra’s kun je natuurlijk wel duidelijke afspraken maken.
Bijvoorbeeld een maximaal kledingbudget of een vast bedrag voor een verjaardag.
Dat geeft kinderen duidelijkheid en voorkomt dat iedere aankoop opnieuw een discussie wordt.
Betrek oudere kinderen bij keuzes
Naarmate kinderen ouder worden, kun je ze steeds meer betrekken bij financiële keuzes.
Niet door ze verantwoordelijk te maken voor financiële zorgen van volwassenen.
Wel door ze te laten zien dat geld beperkt is en keuzes gevolgen hebben.
Bijvoorbeeld:
“Je hebt €80 beschikbaar voor nieuwe kleding. Wil je één duur kledingstuk of meerdere goedkopere?”
Of:
“We kunnen deze vakantie één groot betaald uitje doen. Welke vinden jullie het leukste?”
Zo leren kinderen dat budgetteren niet betekent dat je niets mag.
Het betekent dat je kiest wat je met het beschikbare geld wilt doen.
Vergeet toekomstige kosten niet
Als je kinderen nu klein zijn, lijkt een telefoonabonnement misschien nog ver weg.
Maar kinderen worden ouder.
Hetzelfde geldt voor middelbare school, vervoer, kleding en andere uitgaven.
Je hoeft nu niet al duizenden euro’s voor iedere mogelijke toekomstige uitgave klaar te hebben.
Maar houd er rekening mee dat je gezinsbudget verandert.
Wanneer een kostenpost verdwijnt, kijk dan voordat je het geld ergens anders aan uitgeeft of er binnenkort een nieuwe kostenpost aankomt.
Dat maakt de overgang veel gemakkelijker.
Gebruik je eigen cijfers in plaats van perfecte gemiddelden
Je kunt uren zoeken naar:
“Wat kost een kind van tien gemiddeld per maand?”
Maar stel dat internet zegt €400 en jouw werkelijke kosten zijn €250.
Dan moet je geen extra €150 gaan uitgeven omdat dat “normaal” zou zijn.
En wanneer jouw kind €500 kost door bijvoorbeeld opvang, sport of andere omstandigheden, betekent dat ook niet automatisch dat je iets verkeerd doet.
Gebruik gemiddelden vooral om jezelf vragen te stellen.
Heb ik alle categorieën meegenomen?
Wijkt iets opvallend af?
Kan ik verklaren waarom?
Daarna ga je weer terug naar je eigen budget.
Kinderen opnemen in je Gezinsbudget Planner
Juist bij een groot gezin kan het lastig zijn om alle losse kosten in je hoofd te houden.
Daarom kun je in de Gezinsbudget Planner inkomsten, vaste lasten en verschillende gezinsuitgaven bij elkaar brengen.
Door kosten voor kinderen samen met boodschappen, wonen, vervoer, reserveringen en andere uitgaven te bekijken, ontstaat een realistischer beeld van wat jullie huishouden iedere maand nodig heeft.
Dat vind ik veel waardevoller dan één algemeen bedrag voor “de kosten van een kind”.
Je ziet namelijk waar jullie geld naartoe gaat.
En daar kun je vervolgens iets mee.
Tot slot: kinderen kosten geld, maar overzicht geeft rust
Kinderen kosten geld.
Dat is geen verrassende conclusie.
Maar hoeveel ze kosten, verschilt enorm per gezin, leeftijd en situatie.
Probeer daarom niet ieder kind één prijskaartje per maand te geven.
Kijk naar de verschillende onderdelen.
Boodschappen.
Kleding.
School.
Sport.
Zakgeld.
Telefoon.
Verjaardagen.
Uitjes.
Vakantie.
Vervoer.
Wonen.
En vooral naar kosten die maar één of enkele keren per jaar terugkomen.
Wanneer je die bedragen verzamelt en jaarlijkse uitgaven omzet naar maandelijkse reserveringen, ontstaat een veel duidelijker beeld.
Misschien ontdek je dat kinderen minder kosten dan je dacht.
Misschien juist meer.
Beide uitkomsten zijn nuttig.
Want pas wanneer je weet waar je geld naartoe gaat, kun je bepalen waar je iets wilt veranderen.
En dat is uiteindelijk veel belangrijker dan weten wat een gemiddeld Nederlands kind volgens een tabel zou moeten kosten.
Je hoeft niet te weten wat ieder kind gemiddeld kost. Je moet weten wat jullie gezin nodig heeft.
* Dit is een affiliate link. Als je via deze link een product of dienst afneemt, kan Groot Gezinsbudget een commissie ontvangen. Dit kost jou niets extra.
